
Geschiedenis
De cornet werd ontwikkeld in het midden van de 19e eeuw (ging gepaard met de uitvinding van de ventielen). Tot het einde van de 19e eeuw was de cornet een zeer populair orkestinstrument totdat de cornet van z'n positie gestoten werd door de trompet in bijna alle orkesten, behalve in de Brassbandmuziek waar de cornet het won van de trompet. Jean-Baptiste Arban (1825-1889) kunnen we als eerste belangrijke cornettist met een omvangrijke techniek beschouwen. Zijn methode die hij als leraar aan de Academie voor Militaire Muziek in 1864 schreef wordt nog steeds als bijbel van de trompet- en cornettechniek beschouwd. Door zijn beweeglijkheid werd de cornet veel gebruikt door Italiaanse en Franse componisten.
Bouw en kenmerken
De cornet komt meestal voor in een Bb-versie of een Eb-versie (sopraan). Zoals je ziet lijkt de cornet op een trompet. De cornet is echter iets wijder en korter. Vele cornettisten spelen dan ook vaak op een trompet en omgekeerd. De klank is iets warmer en ronder dan die van de trompet door de conische boring. Een cornet kan een 'shepherds crook' hebben. De cornet op bovenstaande foto heeft geen shepherds crook, die op onderstaande foto wel.

Gebruik
De cornet wordt gebruikt in de fanfare en de brassband.